Dit is zijn de eerste vragen. Voordat je reageert met de antwoorden moet je eerst even alle zes onderwerpen doornemen. De dikgedrukte woorden zijn belangrijk EN spaans!
Madre gaat naar de supermarkt. Onderweg komt ze een caballo tegen!
Wie is er onderweg naar de supermarkt?
A. Vader.
B. Moeder.
C. Paard.
Wat komt madre tegen?
A. Een kip
B. Een haan
C. Een paard
La caballo komt rustig naar madre toe. La caballo is een niño. Hij snuffelt en begint ineens te praten:
'¿Como estas?'
Is het paard een jongen of een meisje?
A. Een jongen
B. Een meisje
C. Dat kan je niet uit de tekst halen.
Wat vraagt la caballo?
A. Ga jij naar de supermarkt toe?
B. Hoe gaat het?
C. Hoe heet je?
Madre schrikt. 'Hoe kan jij praten?', roept madre. Opeens word la caballo helemaal verde!
Wat voor kleur word la caballo?
A. Groen
B. Rood
C. Blauw
Ineens komt er nog een caballo aan. La caballo (een niña) zegt tegen la caballo:
'Hoi Tom! Je word weer een verde!'
Wat komt er aan lopen?
A. Een vrouwelijk paard
B. Een mannelijk paard
C. Er komt niks aanlopen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten